Op zoek naar een toekomstbestendige samenleving

Tal van externe ontwikkelingen leiden tot ingrijpende bezinning over en maatregelen tot een transitie van een lineaire naar een toekomstbestendige samenleving en circulaire economie. Het betreffen zowel risico’s/bedreigingen, zoals de schets van vraagstukken door het World Economic Forum, maar omgekeerd ook het benutten en stimuleren van de kansen naar een toekomstbestendige economie. In deze notitie wordt het begrip circulaire economie breed gedefinieerd als: ‘een economie waarin de keuzen van mensen zijn gebaseerd op het gericht creëren van een gezonde balans in de zes waarde-soorten van het IIRC: menselijke waarde; sociaal relationele waarde; intellectuele waarde; materiële waarde; natuurlijke waarde en financiële waarde, zodat welvaart en welzijn toekomstbestendig gewaarborgd zijn!’ In deze notitie besteden we eerst aandacht aan het begrip en het belang van een meervoudige waarde-balans en de rol van de overheid daarbij. Vervolgens gaan we in op het instrumentarium die het meervoudig waarde denken ondersteunt en gericht is op het nadenken over het vinden van een sterke balans. De toepassing ervan kan op verschillende systeemniveaus plaatsvinden. We eindigen met aandacht voor het macro-systeemniveau en wat we samen hebben op te pakken om in alle opzichten OK te kunnen worden in de balans van welvaart en welzijn.

Meervoudige waarde

Het meervoudig waarde-model is inmiddels een belangrijk jaarverslaggevingsmodel voor beursgenoteerde ondernemingen. Het is een voortvloeisel van de in oktober 2014 aangenomen Europese Richtlijn. Zie onderstaand grijsvlak met daarin opgenomen een deel uit deze richtlijn en de link naar deze richtlijn.

Niet-financiële verklaring

1. Grote ondernemingen die organisaties van openbaar belang zijn en op hun balansdatum de drempel van een gemiddeld personeelsbestand van 500 werknemers gedurende het boekjaar overschrijden, nemen in het bestuursverslag een niet-financiële verklaring met informatie op, in de mate waarin zulks noodzakelijk is voor een goed begrip van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van de onderneming alsmede van de effecten van haar activiteiten, die minstens betrekking heeft op milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en de bestrijding van corruptie en omkoping, met inbegrip van:

a) een korte beschrijving van het bedrijfsmodel van de onderneming;
b) een beschrijving van het door de onderneming gevoerde beleid met betrekking tot deze aangelegenheden, waaronder de toegepaste zorgvuldigheidsprocedures;
c) de resultaten van dit beleid;
d) de voornaamste risico’s die verbonden zijn aan deze aangelegenheden in verband met de bedrijfsactiviteiten van de onderneming, waaronder, waar relevant en evenredig, haar zakelijke betrekkingen, producten of diensten die waarschijnlijk zullen leiden tot negatieve effecten op deze gebieden, en hoe de onderneming deze risico’s beheert;
e) niet-financiële essentiële prestatie-indicatoren die relevant zijn voor de specifieke bedrijfsactiviteit. Wanneer de onderneming geen beleid voert met betrekking tot een of meerdere van deze aangelegenheden, bevat de niet-financiële verklaring een duidelijke en gemotiveerde toelichting waarom zij dit niet doet.

Bron

Voor organisaties van openbaar belang (OOB’s) met meer dan 500 medewerkers geldt dat zij deze niet-financiële informatie moeten opnemen in hun jaarlijkse rapportage. Deze verplichting volgt op de invoering van de EU-richtlijn niet-financiële informatie (NFI) en diversiteit. Zie daartoe de richtsnoeren die door de Autoriteit Financiële markten zijn uitgewerkt hier.

De niet financiële waarden waarop gerapporteerd moet worden, zijn onder andere uitgewerkt door het Internationale Integrated Reported Council (IIRC). Zie figuur 1.

Figuur 1: IIRC model. Bron: Integrated Reporting.org

Voor een nadere toelichting zie bijlage 1 bij deze notitie. Aken van T., Riepma R., Westerdijk R. Toekomstbestendig ondernemen , hoofdstuk 3 Meervoudige waarde-creatie het IIRC model. Er is dus en duidelijke beweging naar een breder perspectief op datgene waar organisaties verantwoording af moeten leggen. Ze moeten zichtbaar maken wat de geïntegreerde keteneffecten van gerealiseerde output zijn. Wij willen organisaties daarin zorgvuldig meenemen door onze focus te leggen op integrated thinking. Als je geïntegreerd moet rapporteren, is het logisch dat je allereerst ook geïntegreerd leert plannen.

Een andere belangrijke trigger: de veranderende rol van de overheid

Naast de Europese aandacht voor niet-financiële verslaggeving en futureproof rapporteren; de aandacht voor ontwikkeling van meervoudig waarde-kader van het IIRC model; en het komen tot één normeringsstelsel in de Reporting Dialoque, is een aanvullende nationale trigger van belang om te komen tot een nieuw landelijk besturingsmodel, namelijk het gedachtegoed dat aan de Omgevingswet ten grondslag ligt. Deze wet doet een sterk appel op een responsieve overheid en is zowel van belang voor het systeemniveau van gemeenten, als ook als sturend instrument op nationaal niveau. Het perspectief van waaruit overheidsbesturing vorm en inhoud krijgt, is te koppelen aan vier kernrollen, waarbij achter iedere rol apart de verhouding tussen overheid, markt en samenleving zichtbaar gemaakt kan worden. Zie figuur 2.

Figuur 2 Bron: https://www.open-overheid.nl/blog/tijd-voor-de-netwerkende-en-responsieve-overheid/

Vanuit de rollen gedacht, kan de bestuurlijke taak van de overheid omschreven worden vanuit vier kernrollen:

1. De rechtmatige overheid. Uitvoerder van de wettelijke taak en het openlijk afleggen van verantwoording hierover;

2. De presterende overheid. Overheid als effectieve dienstverlener in de markt, met o.a. burger en bedrijfsleven als klant;

3. De netwerkende overheid. Overheid als partner, die samen met bedrijven en burgers zoekt naar een aanpak die zinvol is voor de opbouw van de samenleving in de balans tussen welvaart en welzijn;

4. De responsieve overheid. Overheid als luisterend oor die via een diversiteit aan contactvormen verbinding zoekt met de samenleving, teneinde optimaal in te spelen op de behoeften die leven.

Het willen creëren van balans in de zes waarde-soorten van het IIRC vraagt binnen de overheid om een geïntegreerd inzicht in de huidige kwaliteit ten aanzien van welvaart en welzijn van mens en netwerken van mensen; opbouw van de kennis- en materiële infrastructuur als ook de natuurlijk ecologische balans. Maar ook inzicht in de mogelijke kansen en bedreigingen in de toekomst in de samenleving en omgeving van Nederland. Kwantitatieve inzichten van de planbureaus zijn daarin voor een deel van elk van de waarde-soorten behulpzaam waar het de huidige situatie en potentiële kansen en bedreigingen naar de toekomst betreft. Zo is de focus van het Centraal Planbureau dominant gelegen op de financiële waarde-soort en de focus van het Planbureau voor de Leefomgeving dominant gericht op de natuurlijke en materiele waarde-soort en de focus van het Sociaal-Cultureel Planbureau dominant op de sociaal-relationele en menselijke waarde-soort.

De politieke afwegingen in investeringen vraagt om initiële waarderingen over de huidige en mogelijke toekomstige balans op deze waarde-soorten. Juist hiervoor dient integraal inzicht in de balans op alle aspecten voor welvaart en welzijn te bestaan om vervolgens na politieke debat gebalanceerd financiële middelen beschikbaar te kunnen stellen. Het verkrijgen van het integrale

inzicht is de basis voor het nemen van goed afgewogen beslissingen. Daartoe zijn de gekwantificeerde gegevens van de planbureaus van belang, maar ook een luisterend oor van de overheid: landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk. Voor het nemen van beslissingen is het brede perspectief vanuit verschillende belanghebbenden nodig om samen te komen tot een krachtige besturing van ons land. Daarvoor is een instrumentarium van belang.

Benodigde instrumenten

Om de beoogde balans integraal in beeld te krijgen is een tweezijdig instrumentarium nodig. Te weten:

1. Een inhoudelijk instrument met landelijke indicatoren die inzicht geven over de stand van welvaart en welzijn. Op landelijke niveau betreft dit de Monitor Brede Welvaart die is ontwikkeld in opdracht van het Planbureau van de Leefomgeving vanuit het CBS. Het verdient aandacht de Monitor Brede Welvaart te verbinden aan de meervoudige waarden om inzicht te krijgen in de mate van balans. De meervoudige waarde soorten zijn inmiddels in relatie gebracht met de 17 meer verfijnde Sustainable Development Goals van de VN, zodat, indien in een aspect van een waarde-soort wordt geïnvesteerd, niet alleen inzicht kan worden verkregen naar de verbetering van de waarde-soort, maar ook welke bijdrage daarmee wordt geleverd aan SDG’s. Zie ook het grijsvlak hieronder:

“Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het kabinet het CBS gevraagd een Monitor Brede Welvaart te vervaardigen.noot1 Deze Monitor Brede Welvaart wordt jaarlijks samengesteld ten behoeve van het Verantwoordingsdebat in mei. Op basis van de evaluatie van de eerste editie (CBS 2018a, 2018b) is de Monitor op een aantal punten verbeterd. De voornaamste verandering in deze tweede editie betreft de verdere integratie van de door de Verenigde Naties (VN) geformuleerde Sustainable Development Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen) in de Monitor. Het doel van de Monitor is om politiek en maatschappij inzicht te verschaffen in de brede welvaart, én om de stand van zaken te geven ten aanzien van de Sustainable Development Goals (SDG’s). Het CBS tracht dit zo objectief mogelijk te doen. Het is aan politiek en samenleving om op basis van deze informatie keuzes te maken en prioriteiten te stellen.” Bron 

· menselijke waarde: geen armoede (1); geen honger (2); goede fysieke en mentale gezondheid en welzijn (3);

· sociaal relationele waarde: gender gelijkheid (5); terugdringen van ongelijkheden binnen en tussen landen (10); verantwoordelijke consumptie en productie (12); aangaan van partnerships voor het ontwikkelen van de beoogde balans (17)

· intellectuele waarde: kwaliteit van het onderwijs (4); fatsoenlijke werkomstandigheden en duurzame economische groei (8); vrede, gerechtigheid en sterke instituties (16)

· materiële waarde: schoon water en sanitaire voorzieningen (6); duurzame steden en communities (11); beschikbare duurzame energiebronnen (7); veerkrachtige infrastructuur, duurzame industrie en effectieve innovatie (9);

· natuurlijke waarde: klimaat acties (13); zorg voor het leven onder water (14); zorg voor het leven op het land (15)

· financiële waarde: de financiële middelen dienen de opbouw van bovengenoemde waarden en daaraan gekoppelde doelen. De gedachte dat overheid, bedrijf en mens ervoor zijn om bij te dragen aan het menselijk welzijn en de opbouw van een daarbij passende sociale, intellectuele, materiële en natuurlijke balans, dient in het nieuw economisch woordenboek centraal te staan. Ieder bedrijf heeft recht op een eigen primair proces, maar zal zich moeten heroriënteren, indien dit proces afbreuk doet aan de ontwikkeling van de mens, sociaal

maatschappelijke cohesie, intellectuele ontwikkeling (wijsheid), materiële infra structuur en/of de natuur. Opbouw van de brede welvaart is het kader waarbinnen bedrijf en maatschappij zich evenwichtig kunnen ontwikkelen.

Het inhoudelijk instrument verschaft de indicatoren waarop het beleid geënt kan worden. De staat van het land, waarover percepties geconstrueerd kunnen worden.

2. Een procesinstrument waar:

– de waardering van de toekomstbestendigheid van de huidige scores op de indicatoren wordt besproken op de mate van tevredenheid vanuit de diversiteit van stakeholders;

– juist niet meer in debat, maar in dialoogsessies met vertegenwoordigers van belanghebbenden beelden worden uitgewisseld en mogelijkheden worden gevonden om doelstellingen voor de toekomst met elkaar te definiëren die niet alleen goed zijn voor de ene partij, maar juist ook aansluiten bij de belangen van de anderen;

– elke beslissing in ieder geval de criteria van de zes waarde-soorten en de daaraan gekoppelde SDG’s meeneemt, omdat zodoende niet eenzijdig maar integraal wordt nagedacht over de betekenis voor het geheel.

– keuzes en prioriteiten dus uitkomsten zijn van een democratisch inzichtelijk procesverloop, waarin participatie van betrokkenen zo optimaal mogelijk wordt meegenomen.

Deze keuzes en prioriteiten op landelijk niveau worden inmiddels inzichtelijk gemaakt in de miljoenennota 2019, die een indeling naar de meervoudige waarden kent. In de miljoennota worden de volgende welvaartsbronnen onderscheiden menselijk, economisch, natuurlijk en sociaal kapitaal. Daaraan wordt de conditie toegevoegd de waarborging van vrede, veiligheid en de democratische rechtsorde. Zie hier. Om de keuzes te kunnen maken dient niet alleen inzicht te zijn in de huidige kwantitatieve gegevens vanuit de monitor, maar ook inzicht in grootste opgaven en kansen voor de toekomst. Dit is nodig om kwalitatieve maatregelen te nemen in de vorm van investeringen en hervormingen om de toekomstige welvaart en het toekomstig welzijn te behouden en te versterken. Deze investeringen en hervormingen dienen vanuit de kern van de gedachte achter de omgevingswet steeds meer vanuit responsieve gesprekken met belanghebbenden in de samenleving ontworpen te worden. De samenleving kent nu eenmaal meervoudige belangen, die door dialoog bij elkaar gebracht kunnen worden. De 2e kamer kan deze beweging vaststellen volgens de spelregels van de democratische rechtsorde en de regering kan de bestuurlijke uitvoeringsverantwoordelijkheid op zich kan nemen.

Systeemniveaus

De meervoudige waarde-balans kan op verschillende systeemniveaus in beeld worden gebracht.

· niveau van mens

· niveau van groepen mensen

· niveau van organisaties, waaronder gemeentelijke organisaties

· niveau van ketens

· niveau van geografische gebieden, zoals niveau van bedrijventerreinen of woonwijken, dan wel omvangrijker; gemeentelijk niveau; regionaal niveau; provinciaal niveau; landelijk niveau: in dit artikel het macro-systeemniveau.

Organisatieniveau

Ons uitgangspunt is dat elk niveau en elke sector en de organisaties binnen deze sector vanuit het perspectief van belanghebbenden in de omgeving geanalyseerd, beoordeeld en gewaardeerd moeten worden op alle waarde-soorten. Indien deze uitkomst op één of meerdere waarde-soorten

negatief is en/of het geïntegreerde keteneffect van de geleverde bijdrage/output is negatief voor toekomstbestendigheid van het totale systeem, dient er vanuit eigen initiatief en/of de toezichthoudende aspectsystemen adequaat gereageerd te worden.

Als een organisatie in het totaal op de waarde-soorten positief bijdraagt aan de omgeving, wil dat nog niet zeggen dat de alle belanghebbenden positief zijn over de waarde bijdragen in het systeem. De mate van geslotenheid van een organisatie kan ertoe leiden dat intern tal van negatieve procesresultaten worden behaald, zoals:

· opstapeling van schadelijke stoffen op een afgelegen terrein (negatieve natuurlijke waarde)

· onderling ongelijke machtsverhoudingen met autoritair leiderschapsgedrag leiden voor medewerkers tot bedreigende werkverhoudingen (negatieve sociaal-relationele waarde)

· ten gevolge van werkdruk zijn mogelijkheden tot individuele ontwikkeling om employable te blijven onmogelijk (negatieve menselijke waarde).

Dus ook intern dient een organisatie op elke waarde-soort naar waardering van de intern betrokkenen geanalyseerd, beoordeeld en gewaardeerd te worden. Dat is een belangrijke aanvulling op het IIRC model. Via de OK! methode bieden we aan het management van organisaties een instrument – de OK! webapplicaties – voor methodisch waarnemen, analyseren en beoordelen, die de initiële beoordeling op waarde-soorten, zowel vanuit extern als vanuit intern perspectief, zichtbaar maakt. In de methode wordt niet gekozen voor de eenvoudige weg – een zogenaamde quick-scan –, maar voor een gedegen dialoog en analyse die belanghebbenden samen maken. Meervoudig in balans willen zijn en dus toekomstbestendig zijn, vraagt om het goed doordenken van de gehele situatie.

Waardering op Waarden
Figuur 3: Waardering op Waarden

Na het waarnemen en analyserend beoordelen, komen vraagstukken in beeld, die opgepakt kunnen worden om de initiële waarde-balans te verbeteren richting een waardebalans die zowel vanuit extern als vanuit intern perspectief als OK! wordt ervaren. De OK! methode biedt de strategische staf van de organisaties managementinstrumenten aan om deze verbetering daadwerkelijk op een methodische wijze te concretiseren. Deze denk-methodische aanpakken betreffen het achterhalen van de oorzaak van aanwezige vraagstukken, het gestructureerd nemen van besluiten en het opzetten en uitvoeren van implementaties/projecten. Uitvoering leidt de organisatie naar een toekomstbestendige meervoudige waardebalans. De OK! methode sluit af met aanpakken voor evaluatie van het product, het doorlopen proces en de effectiviteit van de doorlopen plannen. Zie figuur 4: de OK! methode.

De OK! methode
Figuur 4: De OK! methode

Hetzelfde denken kan worden toegepast op andere systeemniveaus, omdat het op alle niveaus van belang is om op basis van dialoog over feitelijkheden die gezien kunnen worden, maar verschillend geïnterpreteerd tot een zekere overeenstemming te komen. Uitgangspunt voor die dialoog is balans-denken! De ene waarde-soort kan uitmuntend scoren, maar ten koste gaan van een andere waarde-soort. Dat is vanuit meervoudige waarde denken ‘not done’. Het gaat om het realiseren van balans over alle waardesoorten: mens, relatie, intellectualiteit, materialiteit, natuur en financiën. Ook op macro-systeemniveau, we kiezen daarvoor een staat als begrenzing, is dit balans-denken waardevol.

Macro-systeemniveau

Meervoudige waarde gaat over meervoudige belangen, die met elkaar in balans dienen te zijn. Op het macro-niveau van de staat Nederland kunnen we de totale bedrijvigheid in kaart brengen met de Standaard bedrijfsindeling (SBI). Volgens de CBS geeft de SBI ‘een methodologische verantwoording en bevat verder een uiteenzetting over statistische eenheden gebruikt in bedrijfsstatistieken, de relatie van de SBI met internationale classificaties en toepassingsregels’. Het brengt sec de bedrijvigheid van Nederland BV in kaart door middel van het toekennen van codes aan organisatietypen, zodat herkenbaar is in welke functie een organisatie of instelling aan het totale systeem bijdraag. In tabel 1 is deze codering zichtbaar gemaakt.

A Landbouw, bosbouw en visserij

B Winning van delfstoffen

C Industrie

D Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht

E Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering

F Bouwnijverheid

G Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s

H Vervoer en opslag

I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking

J Informatie en communicatie

K Financiële instellingen

L Verhuur van en handel in onroerend goed

M Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening

N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening

O Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen

P Onderwijs

Q Gezondheids- en welzijnszorg

R Cultuur, sport en recreatie

S Overige dienstverlening

T Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door huishoudens voor eigen gebruik

U Extraterritoriale organisaties en lichamen

Tabel 1: Standaard Bedrijfsindeling 2008 – update 2019

Voor elk van de classificaties kan de dominante waarde en de meervoudige waarde bijdrage in het totaal worden geanalyseerd. Dit geldt dus ook, zoals we eerder al beschreven, voor de afzonderlijke organisaties die tot een classificatie behoren. Als afzonderlijke eenheid kunnen ze geanalyseerd worden op hun bijdrage aan veelal 1 of soms 2 dominante waarde soort(en). Maar: ze dienen dus eveneens te worden geanalyseerd op de bijdrage vanuit de meervoudige waarden voor het gehele systeem. In het systeem hangt nu eenmaal alles samen en oefenen belangen invloed uit op elkaar. Een dominante positieve bijdrage in het ene waarde-gebied, kan negatieve invloed hebben op andere waarde0-gebieden. Dat verdient vanuit het meervoudige waarde-balans denken systeem correctie. Het gaat mij dus ook in dit artikel ten principale om een toekomstbestendige, evenwichtige, meervoudige waardebalans. Continue aandacht in het doordenken en denk-methodisch aanpakken richting win/win/win voor alle belanghebbenden.

De dominante waarde bijdrage van SBI-classificaties, is als volgt te schetsen:

– Agro: natuurlijke waarde, intellectuele waarde

– Maakindustrie: Producten: materieel en intellectueel

– GWW bedrijf: dominante functie is infrastructurele bijdrage dus materiële waarde

– ICT ondernemingen: dominante is data en informatie dus intellectuele bijdrage

– Zorginstelling: dominante is gezondheid van individu dus menselijke waarde

– Culturele instelling: dominante functie in sociaal-relationele waarde

– Energieproducent: dominantie in natuurlijke waarde en materiële waarde

– HBO Kennisinstelling: menselijke waarde (opgeleide competente jonge mensen en intellectuele op basis van onderzoeksresultaten bijdrage aan (regionale samenleving).

– Overheden: gericht op bijdragen aan welzijn voor ieder dus: sociaal relationeel en intellectueel; normstellend en handhaving op balans in het systeem.

Als we het waardeketenmodel op macro-economisch systeemniveau projecteren, levert dat een mogelijk beeld op, waarin elk sector een aspect bevat, maar in zichzelf ook een subsysteem is (zie figuur 5). Ofwel: vanuit het gehele systeem gezien, beïnvloeden de aspectsystemen elkaar voortdurend. Neo-liberalen zullen zeggen: ‘Doe je best binnen je eigen aspectniveau en zorg dat je daarin je eigen winstgevendheid maximaliseert. Wordt de beste Agro ondernemer. De grootste ICT speler. De markt bepaalt. Alles wat de winstgroei belemmert, probeer het te omzeilen!’ De lijn van Darwin: de sterkste soort overwint!

Ik wil een andere koers varen. Het eigen aspectsysteem laten prevaleren boven al het andere, zet het gehele systeem continu onder druk. Grondstoffen worden zo goedkoop mogelijk geëxploiteerd. Echter de aarde raakt uitgeput. Mensen worden zo goedkoop mogelijk gecontracteerd, waardoor winsten anderzijds worden gemaximaliseerd. Een evenwichtige vermogensverdeling raakt zo steeds verder uit balans, met als gevolg: sterk een-dimensioneel belangen verdedigend gedrag.

De enige reden om de OK! methode uit te denken, is gericht op het stimuleren en activeren van het vertrekpunt: ‘we zijn op deze wereld allemaal van elkaar en zelfs van de wereld als geheel afhankelijk!’ Dat is de scope van het meervoudig waarde-denken. Zo hangen de SBI’s in BV Nederland ook met elkaar samen, hetgeen in figuur 5 vereenvoudigd is uitgebeeld.

Figuur 5 Macro ketenmodel 

Dit beeld suggereert een dominantie voor het producerende aspectsysteem. Dit wordt echter geenszins bedoeld. De vraag is namelijk niet welk subsysteem de dominante is, maar wat de samenhang en onderlinge verhouding of balans dient te zijn tussen de verschillende aspectsystemen, teneinde welvaart en welzijn in een samenleving te creëren. Dus elk systeempartner wordt beoordeeld op haar meervoudige waarde-bijdragen aan het totaal. De waarde-creatie van de producerende aspectsystemen – agro, bouw, industrie, ICT – in allerlei vormen van materiële en intellectuele waarde aarde, kan nooit alleen bestaan vanwege de investeerder/financier. Zij bestaat mede door haar afhankelijkheid ten aanzien van andere belanghebbenden in het systeem, zoals de direct ondersteunende systemen (gezondheidzorg, onderwijs, veiligheid etc.) en de ondersteunende aspectsystemen in het totale systeem. Daarin is vaak vooraf flink geïnvesteerd vanuit de toezichthoudende aspectsystemen. Zij bestaat ook vanwege een sterke afhankelijkheid ten aanzien van de ecologische voedingsbodem, de natuurlijke waarde. Een aspectsysteem waarin we wellicht te lang vergeten zijn om in te investeren, omdat het Aardse een oneindige bron leek te zijn voor het kunnen produceren. Ik vraag me dan met Bruno Latour1 af: ‘gaan we investeren in het opbouwen van het Aardse, hetgeen veronderstelt dat we het opbouwen van het Aardse door en door moeten leren kennen, of blijven we het Aardse zien als een oneindige bron van exploiteerbare grondstoffen die voor de productie kunnen worden ingezet?’ Om te werken aan de opbouw van het Aardse, en dat kan heel goed vanuit de huidige economische infrastructuur, moeten we in het denken continu meervoudig waarde-denken toepassen, zodat alle waarden met elkaar in balans kunnen komen. Om vanuit Herman Wijffels2 te spreken: ‘De afgelopen liberale en neo liberale eeuwen hebben we met grondstoffen en arbeid kapitaal opgebouwd; de komende eeuwen zullen we met kapitaal de aarde en de sociale verbanden weer moeten opbouwen!’

Metafoor
Het is als een eendimensionale opdracht tot ontwerpen van een gebouw. De functionaliteit kan en hoeft niet alleen wonen of werken zijn. Het kan ook dienen als een speeltoestel voor kinderen, duurzame energieopwekking voor het gebouw en de omgeving, voedselproductie langs de gevels, waar rekening is gehouden met de biotoop en biodiversiteit wordt ondersteund, wateropvang voor besproeien van omliggende tuinen, ontmoetingsplaats voor bewoners waar is nagedacht dat door noodzakelijke fysieke beweging in en rond het gebouw wordt bijgedragen aan gezondheid. Kortom denk functies nooit enkelvoudig, maar altijd meervoudig in waarden. Pas na dergelijk doordenken, zou door een toezichthoudend aspectsysteem, bijvoorbeeld de gemeente, vergunning mogen worden verstrekt. Dat betekent dat niet alleen de financier het rendement van de investering ervaart, maar dat rendement in de vorm van leef-plezier door alle stakeholders wordt ervaren. De investeerder zal dit bovendien waarderen, aangezien diens investering wordt gewaardeerd in de omgeving, meerwaarde oplevert op langere termijn, maar ook beter wordt onderhouden vanuit de omgeving. Kortom als het de bewoners en buurt goed gaat, gaat het ook de investeerder goed. Wie denkt mee over de realisatie van dit gebouw?’

Het macrosysteem als kringloopsysteem

In figuur 6 is de waarde-creatie en -bijdrage van de aspectsystemen in een ‘kringloop’ weergegeven. Door input en bewerkingen naar output op 6 waarde-stromen wordt directe waarde gecreëerd vanuit de producerende aspectsystemen. Deze waardecreatie resulteert in een waardering in de vorm van een geldstroom. De investeerders die aan input zijde door financiering risico hebben

genomen, ontvangen een financieel resultaat voor dit genomen risico in de vorm van waardestijging van winstuitkering, aandelen en dividend.  Dat was ook opvatting over de bijdrage van deze functie in navolging van de monetarische vrije markteconomie theorie van M. Friedman. Over dit behaalde resultaat wordt in verschillende fiscale vormen afdracht gedaan/verwacht voor maatschappelijke investeringen die voorwaardelijk gezien noodzakelijk zijn. Dit levert het producerende systeem aan de inputzijde bijvoorbeeld op: 

  • een gerealiseerde fysieke infrastructuur (materiële waarde) 
  • kennisinfrastructuur (intellectuele waarde) 
  • geinstititionaliseerde netwerk verbanden (sociaal-relationele waarde), et cetera. 

De bijdrage van de producerende aspectsystemen resulteren ook in bijkomende effecten. Deze kunnen een positieve en/of negatieve impact hebben voor het totale systeem. Denk bijvoorbeeld aan: 

  • ontwikkeling van medewerkers en de positieve bijdrage aan arbeidsmarktgeschiktheid 
  • R&D levert positieve intellectuele bijdrage aan de ontwikkeling en kwaliteit van systemen 
  • CO2 uitstoot levert bijdrag aan de opwarming van de aarde 
  • verbruik van schaarse bronnen zorgt ervoor dat exploitatiebronnen uitgeput raken 
  • onvoldoende benutten van reststromen leidt tot verbranding van in potentie herbruikbare grondstoffen 

Dergelijke positieve en negatieve waardecreaties worden op macro-niveau niet in de financiële waardering van het enkelvoudige aspectsysteem meegenomen. Modelontwikkeling voor echte prijsbepaling, true princing3, pakt deze lancune op. Ook het denkmodel van Felber4 onderkent dit en stelt voor om ‘de gemene goed balans’ transparant te maken op basis van heldere criteria voor het meten van onder andere de bijdrage aan menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid en ecologische dduurzaamheid en daarmee de winstbijdrage te ‘plussen en minnen’. 

Kort gezegd komt het erop neer dat de effecten van gerealiseerde ouput van een enkelvoudige economische eenheid onvoldoende meegenomen en gewaardeerd worden in het systeem, terwijl deze effecten er wel degelijk zijn. De effecten komen uiteindelijk voor rekening van ons allen en raken zowel de ecologische voedingsbodem (de aarde als oneindige exploitatiebron) als ook de sociaal economiche opbouw van de wereldeconomie (sterke vermogenstoename voor klein deel van de wereldbevolking). Diezelfde bron onttrekt zich regelmatig door het veilig stellen van opgebouwd vermogen aan het oog van de toezichthouder in het gehele systeem, waardoor ‘ons allen’ in feite een te zware belasting krijgen opgediend om de negatieve effecten om te keren naar de opbouw van het aardse. Het neo-liberale systeem en de monetarische opvatting vraagt om een correctie en wel om een zeer transparant systeem voor het in kaart brengen van de volledig meervoudige waarde effecten van micro-economische grootheden – velen groter dan vele staten – op het volledige waardesysteem. De oplossingen in het politieke systeem wordt tot nu toe gezocht in uitbreiding van regelgeving. Dat vraagt om uitbreiding van toezichthoudende aspectsystemen. Dat is in de afgelopen decennia echter juist sterk ingekrompen door veranderende opvattingen over de rol van de overheid. Ook de geldstromen naar de ondersteunende functies zijn mede daardoor in de loop der jaren sterk beperkt en tegelijketijd krijgen deze te maken met de opvatting dat ook deze functies zich dienen te gedragen als producerende ondernemingen. Dit leidde tot bekende negatieve effecten zoals bij woningbouwcorporaties, ziekenhuisorganisaties, maar ook in onderwijsinstellingen. Meervoudig waardedenken gaat derhalve ook over goed doordachte herbezinning op de verhouding tussen de deelsystemen in het grote systeem. Die herbezinning begint met het grondig in kaart brengen van alle positieve en negatieve effecten die ontstaan door de output van enkelvoudige organisatie: het integrale keteneffect van gerealiseerde output op de zes waardesoorten, kan een goed startpunt zijn voor de herordening van het macro-econmische systeem. We weten dan in ieder geval waarover de dialoog moet gaan. 

Figuur 6 Macroketenmodel uitgebreid 

Wat te doen? 

Doordenken van de mate van geschiktheid van het huidige procesinstrumentarium in het politieke systeem vraagt de hoogste aandacht. Ook de waardering van negatieve bijdragen op andere waarden en de effecten daarvan roepen om ontwikkeling van modellen die de werkelijke waarde integraal zichtbaar maken: de effecten van output integraal meenemen 

Maar bovenal zal veel meer aandacht besteed dienen te worden besteed  aan de ontwikkeling van een democratisch krachtenmodel, waarin alle stakeholders in het proces op de verschillende systeemniveaus hun inbreng kunnen leveren en ook inzicht hebben in de waarde-bijdrage van organsiaties op meervoudige waarden. Door de feiten open te bespreken, kunnen wegen gevonden worden. Het betrekken van burgercoöperaties bij beslissingen in hun leefgebied, kan. De overheid moet leren responsiever te worden naar alle belanghebbenden. 

Het ondersteunend onderwijssysteem moet rigoureus worden gericht op brede aandacht voor de denkwijze dat behoud en versterking van welzijn en welvaart in het denken leidend moet zijn. De specialistische focus van nu dient het enkelvoudig waarde-denken, terwijl het denken en de overtuigingen daarachter een verschuiving nodig hebben richting ‘in al het handelen, denken we meervoudig!’ Nu is het teveel een instrument gericht op efficiency en daarmee financiële waardeversterking van het bestaande aandeelhouderswaarde gedomineerde systeem en te weining gericht op leren in het ontwikkelen van inzicht in de werking van het totale systeem en een rechtvaardige verdeling van de belangen van allen in het systeem. Door over de werking van het totale systeem te leren, ontstaat begrip voor de huidige onderwaardering van bepaalde belanghebbenden. En zelf een stapje terug kunnen doen, vanwege deze kennismaking en inzicht met de belangen van andere belanghebbenden in het totale systeem. 

Dit vraagt nadere verdieping en onderzoek. Hierin is aandacht te besteden aan positieve en negatieve meervoudige waarde bijdragen van output aan outcomes en als gevolg het doordenken wat deze integrale meervoudige waarde-bijdrage betekent voor een rechtvaardige verdeling, belastinggrondslagen en keuzen in investeringen.  

Aanpassing van het fiscale stelsel gebaseerd op waarde-creatie op meervoudige waarden in zowel positieve als negatieve zin eist reeds langer aandacht op.  

Dat betekent tevens dat integraal en holistisch inzicht voor een ieder als belanghebbende ontwikkeld dient te worden en een dialooginstrumentarium wordt ontwikkeld, zodat inbreng betere uitkomsten gaat opleveren naar samenleving die in alle opzichten meervoudig – menselijk, sociaal relationeel, intellectueel, materieel, natuurlijk en financieel – in balans is. Doen we dit niet dan zijn de uitkomsten voor allen reeds  voorspelbaar en helaas zichtbaar.      

Dus de herijking van waarde bijdragen aan het gehele systeem op de balans tussen de waarde-soorten in termen van welzijn en welvaartsindicatoren vraagt de ontwikkeling van een evenwichtige menselijke waarde, die in staat is vanuit meervoudige belangen de andere waarden met elkaar in balans te brengen. Het vraagt om de ontwikkeling van sociale relaties, waarin iedere belanghebbenden zich gezien en gehoord weet en weet dat de persoonlijke bijdrage als OK wordt gewaardeerd door het geheel. 

Auteurs: Rob Westerdijk en Roel Riepma